
|
|
|
OB-vernieuwing
|
|
 |
Position paper bibliotheken
1. De bibliotheek in Nederland
De huidige situatie
In Nederland zijn 512 lokaal opererende bibliotheekorganisaties actief, waarmee een dekking van 90% van de Nederlandse gemeenten gerealiseerd wordt. Alle gemeenten met meer dan 40.000 inwoners hebben een eigen bibliotheekorganisatie; bij gemeenten met een inwonertal van 10.000 tot 40.000 is dit gemiddeld bij 95% het geval en bij gemeenten met minder dan 10.000 inwoners bij 79%. De 48 gemeenten die geen eigen bibliotheekorganisatie hebben, hebben zich aangesloten bij een bibliotheek in een nabij gelegen stad of maken gebruik van een bibliobus. De bibliobussen bezoeken kleine woonkernen die ver verwijderd liggen van een vaste bibliotheekvestiging.
De bibliotheekorganisaties hebben samen 1142 vestigingen onder hun hoede. Deze vestigingen vormen de frontoffices van de bibliotheekbranche. Deze vestigingen hebben gemiddeld een bereik van 11.000 personen per vestiging. In gemeenten met een inwonertal van 50.000 of minder is dit gemiddeld wat lager (9.200 personen) en in steden met een inwonertal van 100.000 of hoger gemiddeld wat hoger (16.800). De gemiddelde omvang van het werkgebied van een bibliotheekorganisatie ligt op 34.500 inwoners
Financile situatie bibliotheken
De gezamenlijke inkomsten van de lokale bibliotheekorganisaties bedroeg in 1999 381miljoen euro. Van dit bedrag was 299 miljoen afkomstig van subsidies, 65 miljoen van inkomsten van gebruikers en 19 miljoen van overige inkomsten. Per inwoner van een gemeente zijn de inkomsten van de bibliotheken gemiddeld ongeveer 20 euro. Bibliotheken met minder dan 50.000 inwoners ontvangen gemiddeld 2,27 euro minder; bibliotheken met meer dan 100.000 inwoners gemiddeld 1,8 euro meer. Aan de uitgavenkant wordt ongeveer een 20% besteed aan huisvesting, 14% aan aanschaf van media en 50% aan personele kosten; het resterende deel zijn overige kosten. Binnen de bibliotheekwereld werken nog veel vrijwilligers. Samen zijn zij goed voor 400 full time arbeidsplaatsen oftewel 6% van het totaal aantal arbeidsplaatsen. Bibliotheken van gemeenten met minder dan 50.000 inwoners maken meer gebruik van vrijwilligers (13%) dan gemeenten met meer dan 100.000 inwoners (5%). Veel bibliotheken bieden jongeren tot 16 of tot 18 jaar een gratis abonnement aan.
Binding aan de bibliotheek
De helft van de Nederlandse bevolking vanaf 13 jaar bezoekt de bibliotheek voor allerlei doeleinden (bijvoorbeeld voor het lezen van kranten en tijdschriften, studeren, elkaar ontmoeten, voor foldermateriaal, het maken van werkstukken, een tentoonstelling bekijken, deelnemen aan activiteiten, materialen lenen om mee naar huis te nemen enzovoort, enzovoort). 13,2% bezoekt de bibliotheek 1x per maand, 10,2% eens in de twee weken en 4,7% komt vaker dan 1x per week.(Bron: SUMMO, 2001). Ongeveer 30% is lid. Cijfers over het gebruik/bezoek van kinderen onder 13 jaar ontbreken, maar ook kinderen maken (al of niet in het gezelschap van hun ouders of verzorgers) op grote schaal gebruik van de bibliotheek. De leden lenen gemiddeld per jaar 31,9 boeken per jaar; leden in kleinere gemeenten lenen gemiddeld 39 boeken per jaar. Er zijn meer jongeren met een bibliotheekpas dan volwassenen ( 75% versus 18%). Bibliotheken in kleine steden hebben meer jeugdleden dan de bibliotheken in grote steden. Dit kan gedeeltelijk verklaard worden door het feit dat in veel bibliotheken het jeugdlidmaatschap (meestal tot 16 jaar) gratis is.
Bij de benadering van specifieke doelgroepen staat de basisschool voorop (vrijwel alle bibliotheken verzorgen van instructies voor basisschoolleerlingen en ruim 55% van de bibliotheken stelt collecties voor scholen samen). Ook besteedt de bibliotheek gerichte aandacht aan ouderen, allochtonen en mensen met een handicap.
Jaarlijks beantwoorden de bibliotheken ruim 16,7 miljoen informatieve vragen. Elke bibliotheek heeft zijn eigen activiteitenprogramma waar veel van hun leden/bezoekers aan deelnemen.
Huidige rol van de gemeenten
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van de locale bibliotheekorganisatie. Zij dragen voor een belangrijk deel zorg voor de bekostiging ervan. De hiervoor benodigde budgetten komen van de landelijke overheid, via het gemeentefonds. Gemeenten zijn autonoom in de keuze voor de omvang van de bekostiging. Daardoor zijn er tussen gemeenten grote verschillen in het subsidiebedrag per inwoner. Deze verschillen in subsidiebedrag vindt weer zijn weerslag in het serviceniveau van de bibliotheek naar de bevolking toe.
2. De situatie van de bibliotheek in (..) (lokale situatie)
Nog in te vullen door lokale bibliotheek
3. Bibliotheekvernieuwing
Bibliotheken zijn belangrijke, onmisbare, instellingen binnen de Nederlandse culturele en educatieve infrastructuur. Zij bieden toegang tot kennis en informatie, dragen bij aan democratische vorming, onderwijsvernieuwing en cultuurparticipatie en functioneren daarnaast als ontmoetingscentrum in wijk, dorp of stad.
Door snelle informatisering van de maatschappij, verandert echter ook de rol van de bibliotheek. Bibliotheken zijn nu al geruime tijd in het kader van de bibliotheekvernieuwing bezig de kwaliteit van hun dienstverlening te verhogen om daarmee de publieke informatievoorziening te waarborgen en invulling te geven aan een bredere inzet van de bibliotheek. Deze vernieuwing vraagt echter om voortdurende bijscholing van het personeel, een andere organisatievorm en een grootschalige inzet en integratie van ICT. Deze bibliotheekvernieuwing kan daarom alleen slagen, als de bibliotheken hiervoor ook voldoende gefaciliteerd worden. De adviezen van de commissie Meijer onderschrijven het belang van deze bibliotheekvernieuwing: Het convenant dat naar aanleiding hiervan is afgesloten door ministerie, IPO en VNG geeft aan dat deze plannen zowel door de bibliotheken als door de overheid gedragen worden.
De belangrijkste kenmerken van deze vernieuwing zijn:
Het oprichten van zelfstandig opererende basisbibliotheken, die afhankelijk van het verzorgingsgebied 1 of meerdere bibliotheekvestigingen onder zich hebben. De kernfuncties die deze basisbibliotheken (zowel front- als backoffice taken) gaan vervullen zijn expliciet omschreven.
De basisbibliotheken formuleren in overleg met de gemeente hun eigen beleid. In dit bibliotheekbeleid staat de vraag van bestaande en mogelijke nieuwe gebruikers c.q. gebruikersgroepen centraal. Door lokale verankering wordt een beter zicht gekregen op de karakteristieken van het verzorgingsbeleid
Er komen landelijke minimum prestatie-eisen op gebied van grootte en kwaliteit van het aanbod. Het prestatieniveau van de bibliotheek wordt geregeld gemeten en vergeleken met dat van andere bibliotheken, waardoor inzicht gekregen wordt in de prijs-kwaliteitverhouding.
Van gemeenten wordt gevraagd het basisprestatieniveau van de basisbibliotheek binnen hun gemeente te financieren.
De rol van de PBCs verandert.
Er komt een intensievere samenwerking met andere basisbibliotheken en met andere culturele, educatieve en maatschappelijke organisaties.
Er komt een extra impuls op het gebied van ICT
Voor deze vernieuwing is een periode van vier jaar uitgetrokken.
Verdere informatie over de vernieuwing vindt u in de samenvatting van het rapport Meijer.
4. Gemeenten en de bibliotheekvernieuwing
Voor de gemeenten wordt bij de bibliotheekvernieuwing een nog actievere rol bij de vormgeving van het bibliotheekwerk binnen de gemeente verwacht. In overleg met de lokale bibliotheekorganisatie wordt de kwaliteit en de omvang van het aanbod dat de lokale bibliotheek moet gaan leveren bepaald en de gemeente sluit hierover een contract met de lokale bibliotheek zelf af. Zij bepaalt ook in hoeverre de bibliotheek betrokken wordt bij het vormgeven van de culturele, educatieve en maatschappelijke beleid binnen de gemeente.
Concreet wordt van de gemeentelijke overheid na de vernieuwing het volgende verwacht:
De relatie met de bibliotheken vormgeven op een transparante wijze uitgaande van hun rol als opdrachtgever
Op gemeentelijk niveau de relatie tussen bibliotheekbeleid en andere beleidsdoelen in de culturele, welzijns- en onderwijssector borgen
Hun basisbibliotheek stimuleren waar nodig taken uit te besteden dan wel samenwerking te zoeken met andere basisbibliotheken
Zich samen met buurgemeenten en provincies bezinnen op de optimale schaal van de basisbibliotheek en bevorderen dat hun basisbibliotheek op die schaal gaat functioneren
Via de VNG actief participeren in het Bestuurlijk Overleg en afspraken die binnen het Bestuurlijk Overleg worden gemaakt en die hun eigen verantwoordelijkheid betreffen nakomen.
De gemeente kan van haar kant van de vernieuwde bibliotheek een professioneel kwalitatief hoogwaardige organisatie verwachten met een gestandaardiseerde dienstverlening voor een optimale prijs/waarde verhouding. Daarnaast kan de expertise en het netwerk van bibliotheken gebruikt worden voor tal van andere beleidsterreinen binnen de gemeente.
5. Kansen voor gemeenten
Deze vernieuwing biedt gemeenten een groot aantal kansen, t.w.:
Rechtstreekse contacten met bibliotheken waardoor meer invloed op het gemeentelijke bibliotheekwerk kan worden uitgeoefend
Snellere en directere lijnen, waardoor sneller en doeltreffender gewerkt kan worden
Mogelijkheid om het bibliotheekbeleid te integreren met andere gemeentelijke beleidsterreinen
Mogelijkheid om de bibliotheekvestiging te integreren met andere gemeentelijke vestigingen en zo te komen tot een centraal dienstverleningscentrum binnen de gemeente
6. Waarom is investeren in deze bibliotheekvernieuwing verstandig en noodzakelijk
De landelijke en provinciale overheid en de koepelorganisaties van provincie en gemeente omarmen de plannen voor bibliotheekvernieuwing en hebben deze plannen steun toegezegd.
De openbare bibliotheek is een basisvoorziening binnen een gemeente, waarmee de gemeente zich kan profileren
Extra aandacht voor de bibliotheeksector levert voor de gemeente geen enkel afbreukrisico op.
Bibliotheken kunnen bijdragen aan het oplossen maatschappelijke vraagstukken, waarbij zij in veel gevallen beschikking over onvermoede kwaliteiten, capaciteiten en mogelijkheden
Bibliotheken hebben een groot publieksbereik, groter dan bijv. de ANWB of de KNVB. Zij bereiken alle lagen van de bevolkingen, waarbij zij sterk vertegenwoordigd zijn bij juist die groepen die vanuit de gemeenten gezien extra aandacht nodig hebben, zoals kinderen, jongeren, ouderen en allochtonen.
De bibliotheek spreekt de taal van het gewone publiek
De bibliotheek heeft een wijdvertakt netwerk van bibliotheekvestigingen, aangevuld met standplaatsen van bibliotheekbussen, waardoor de bibliotheek voor iedere Nederlander bereikbaar is.
De bibliotheek is een kennis- en informatiecentrum waar iedereen - ook niet leden - voor informatie terecht kan. .
De bibliotheek is laagdrempelig en wordt ook als zodanig ervaren door de bezoeker
De bibliotheek is een neutrale ontmoetingsplaats voor alle leeftijden en alle culturen en wordt door geen van groepen als stigmatiserend ervaren.
Het personeel van de bibliotheek is zeer deskundig op het gebied van het ontsluiten van informatie en vanuit die rol ook geschikt en gedreven om een bijdrage te leveren aan de informatisering van de samenleving.
Bij de bezoeker is bekend dat de informatie van de bibliotheek objectief en betrouwbaar is. De bibliotheek is een niet commercile, onpartijdige, servicegerichte, betrouwbare informatiebemiddelaar.
De bibliotheek is historisch geworteld in de samenleving en als zodanig niet meer weg te denken.
Het belang en de potentie van de bibliotheek wordt door aansprekende personen uit de wereld van cultuur, media, onderwijs, welzijn, politiek onderschreven
7. Financiering van de vernieuwing
De directe kosten voor deze vernieuwingsoperatie zijn landelijk 202 miljoen euro oftewel 12,21 per inwoner van de gemeente. Daarnaast stijgen de structurele kosten van het bibliotheek in de komende acht jaar van 26,42 naar 33,44. Dit betekent gemiddeld bij een gelijkblijvend subsidiepercentage van 80%, een stijging van 6,60 subsidie per inwoner van de gemeente naar 26,75 per inwoner.
Noch in het advies van de commissie Meijer noch in het eerder genoemde convenant is aangegeven voor wiens rekening deze extra kosten moeten gaan komen. Het lijkt echter niet logisch dat deze extra kosten volledig voor rekening gaan komen van de gemeenten. Ook van het rijk mag verwacht worden dat zij in deze een behoorlijke bijdrage levert. De Vereniging NBLC zal dit natuurlijk bij de landelijke overheid aankaarten. Het lijkt daarnaast zinvol dat ook locale bestuurders via hun eigen landelijke partij een beroep doen op de landelijke overheid.
Een hoger subsidiebedrag is natuurlijk gekoppeld aan een hoger serviceniveau. Aangezien deze extra subsidie wordt gebruikt om de kwaliteit van de dienstverlening van de bibliotheek te verhogen, kunnen uiteindelijk meer mensen gebruik kunnen maken van een nog betere bibliotheek. Dit zal zich voor de gemeente in opbrengsten: in een beter imago van gemeente en van door gemeente gesubsidieerde instellingen en in een beter aanbod aan gemeentelijke voorzieningen, waarin de bibliotheek een belangrijke rol speelt.
| |
Position paper bibliotheken voor gemeenten.doc
|
|