
|
|
|
OB-vernieuwing
|
|
 |
Vernieuwing van de bibliotheek; het advies van de Commissie Meijer
Vernieuwing van de bibliotheek; het advies van de Commissie Meijer
(Klik onderaan de pagina voor het complete rapport Open Poort tot Kennis)
Bibliotheken zijn belangrijke, onmisbare, instellingen binnen de Nederlandse culturele en educatieve infrastructuur. Zij bieden toegang tot kennis en informatie, dragen bij aan democratische vorming, onderwijsvernieuwing en cultuurparticipatie en functioneren daarnaast als ontmoetingscentrum in wijk, dorp of stad.
Door snelle informatisering van de maatschappij, verandert echter ook de rol van de bibliotheek. Bibliotheken zijn nu al geruime tijd in het kader van de bibliotheekvernieuwing bezig de kwaliteit van hun dienstverlening te verhogen om daarmee de publieke informatievoorziening te waarborgen en invulling te geven aan een bredere inzet van de bibliotheek. Deze vernieuwing vraagt echter om voortdurende bijscholing van het personeel, een andere organisatievorm en een grootschalige inzet en integratie van ICT. Deze bibliotheekvernieuwing kan daarom alleen slagen, als de bibliotheken hiervoor ook voldoende gefaciliteerd worden. De adviezen van de commissie Meijer onderschrijven het belang van deze bibliotheekvernieuwing: Het convenant dat naar aanleiding hiervan is afgesloten door ministerie, IPO en VNG geeft aan dat deze plannen zowel door de bibliotheken als door de overheid gedragen worden.
De belangrijkste kenmerken van deze vernieuwing zijn:
Het inrichten van een landelijk dekkend netwerk van zelfstandig opererende basisbibliotheken, die afhankelijk van het verzorgingsgebied 1 of meerdere bibliotheekvestigingen onder zich hebben.
De kwaliteit van het totale serviceniveau verbeterd. Dit komt mede doordat toegewerkt wordt naar een efficinte taakverdeling van front en backoffice taken tussen basisbibliotheken onderling en tussen basisbibliotheken en ondersteunende organisaties.
De bibliotheek gaan een inkooprelatie aan met de gemeente die haar subsidieert.
De basisbibliotheken formuleren in overleg met de gemeente hun eigen beleid. In dit bibliotheekbeleid staat de vraag van bestaande en mogelijke nieuwe gebruikers c.q. gebruikersgroepen centraal. Door lokale verankering wordt een beter zicht gekregen op de karakteristieken van het verzorgingsbeleid.
Er komen landelijke minimum prestatie-eisen op gebied van grootte en kwaliteit van het aanbod. Het prestatieniveau van de bibliotheek wordt geregeld gemeten en vergeleken met dat van andere bibliotheken, waardoor inzicht gekregen wordt in de prijs-kwaliteitverhouding.
Van gemeenten wordt gevraagd het basisprestatieniveau van de basisbibliotheek binnen hun gemeente te financieren.
Gewijzigde sturende taken op regionaal en landelijk niveau, waarbij de rol van de PBCs verandert.
Er komt een intensievere samenwerking met andere basisbibliotheken en met andere culturele, educatieve en maatschappelijke organisaties.
Er komt een extra impuls op het gebied van ICT en een aanbod van nieuwe virtuele diensten.
Voor deze vernieuwing wordt een periode van vier jaar uitgetrokken.
De financile doorrekening van IOO
Door IOO is op basis van de voorgestelde vernieuwing van de commissie Meijer een doorberekening van de hieraan verbonden kosten gemaakt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele kosten. De incidentele kosten moeten na vier jaar onomkeerbare veranderingen in het stelsel bewerkstelligen: de structurele kosten moeten het vernieuwde stelsel in stand houden.Voor zover mogelijk wordt hieronder bij de verschillende vernieuwingsvoorstellen de hieraan verbonden kosten en/of besparingen gegeven.
Totaal komt de kostenstijging voor de voorgestelde vernieuwing van het bibliotheekstelsel na vier jaar neer op een verhoging van de structurele kosten met 19% van 420 miljoen tot 498 miljoen en een incidentele kostenpost voor het vernieuwingsproces verspreid over vier jaar van 202 miljoen gulden. De toename van de kosten is vooral het gevolg van de verbetering van de kwaliteit en de ICT-impuls.
Na het vijfde jaar zullen de structurele kosten voor de human resources en huisvesting nog enigszins blijven oplopen. Na acht jaar komen de structurele kosten uit op 536,4 miljoen, een stijging t.o.v. van het begin van 28%.
Wanneer de kosten teruggerekend worden naar kosten per inwoner, dan stijgen de kosten per inwoner in de komende acht jaar van 26,41 naar 33,44. Dit betekent voor de benodigde subsidie, bij een gelijkblijvend subsidiepercentage van 80%, een stijging van 21,15 naar 26,75, ( 6,60) per inwoner per jaar. De incidentele kosten per inwoner bedragen in genoemde vier jaar 12,71.
Deze toegenomen kosten verdienen zich terug in een hoger prestatie- en kwaliteitsniveau van de service van de bibliotheken.
De extra kosten moeten deels voor rekening van de landelijke en provinciale en deels voor rekening van de gemeentelijke overheid komen.
Klik hier voor het integrale rapport Meijer
| |
Meijer.doc
|
|