ࡱ> |~{M Ӆbjbj==WW~9lDDDDN%N%N%8%%4@&&(''*'a)a)a)@@@@@@@$B DA@a)!)@a)a)a)A@*DD'*'V@***a)ZDR'(*'@*a)@**17"9*'& s Oer!N%*[99l@0@m9fE*fE9*jrDDDDEvaluatie wettelijke regeling Leenrecht Inleiding Op verzoek van het ministerie van Justitie heeft ook de Vereniging van Openbare Bibliotheken NBLC zich beraden op de gevolgen van de uitvoering van de wettelijke bepalingen inzake het leenrecht. Alvorens op die gevolgen in te gaan, wil de Vereniging NBLC de regeling meer ten principale aan de orde stellen. Allereerst de opstelling die de regering en een belangrijk deel van de lagere overheden hebben gekozen, toen zij de Europese verplichting vorm gaven zoals zij deden: de klant c.q. de sector betaalt. De meeste andere Europese landen kennen een dergelijk model niet. Zij zien het als taak van de overheid zoveel mogelijk burgers te laten deelnemen aan de wereld van informatie, letteren en cultuur, die de bibliotheek representeert. In de meeste gevallen is die toegang geheel vrij en is ook een aan het betalen van contributie gebonden lidmaatschap niet aan de orde. In andere gevallen wordt net als in Nederland wel een vaste contributie geheven. Vrijwel nergens wordt de billijke vergoeding doorberekend aan de bibliotheekorganisaties, laat staan aan de gebruiker. In veel landen bestaat een specifieke regeling voor auteurs, gefinancierd door de staat. De heffing van leenrecht vormt daar dus geen barrire als het gaat om de toegankelijkheid van informatie. In Nederland proberen veel bibliotheken de vrije toegang voor kinderen en jeugdigen te handhaven. Daarbij wordt ook vermeden deze categorien gebruikers met leenrecht te belasten. In de praktijk moet het daarvoor benodigde geld door herallocatie van fondsen binnen de gemeentelijke subsidieverlening of in de contributies dan wel de leenrechtheffing voor volwassenen gevonden worden. Tot op heden heeft een aantal bibliotheken de kosten voor het leenrecht nog in hun gemeentelijke subsidiegelden en/of contributieverhoging kunnen vinden. De recente verhoging van het leenrecht maakt deze oplossing op de meeste plaatsen onmogelijk. Het gecumuleerde leenrecht eist een zware, in de ogen van velen binnen onze kring welhaast ondraagbare tol van de bibliotheken. In het vervolg van deze notitie wordt op de gevolgen voor de uitleningen teruggekomen. Wellicht is het dienstig op dit punt te wijzen op het rapport dat onderzoeksbureau IOO in opdracht van het ministerie van OCenW heeft opgesteld over de opgave waarvoor de bibliotheken zich in de komende jaren gesteld zien. In dit rapport wordt onomstotelijk duidelijk dat er de komende jaren beduidend meer in de openbare bibliotheek zal moeten worden genvesteerd dan nu het geval is. Daaruit moge blijken dat er bij de bibliotheken vrijwel geen andere mogelijkheid bestaat dan rechtstreekse doorberekening aan de klant. Voorts vormt ook de wijze waarop tot prijsvorming moet worden gekomen een probleem. Door de daarin voorgeschreven samenspraak en overeenstemming tussen rechthebbenden en bibliotheken wordt ten onrechte de indruk gewekt dat de sector zelf bepaalt welke kosten het systeem dragen kan. De overheden hoeven dan geen verantwoordelijkheid voor de uitkomst te nemen. Daar hebben de bibliotheken immers zelf na goed overleg mee ingestemd. Het systeem vraagt van de betrokkenen in een voortgaande onderhandeling te komen tot een billijke vergoeding. Als partijen er niet uitkomen, is er een onafhankelijk voorzitter die probeert in redelijkheid tot een oplossing te komen. Deze oplossing heeft steeds geleid tot een hogere prijs. Dat is een logisch, maar voor de bibliotheken die optreden vanuit het algemeen belang, nadelig gevolg van deze wijze van besluitvorming. Hier wil niets ten nadele van de voorzitter worden gezegd, die deze onderhandelingen vanaf het begin heeft geleid. Hij heeft dat op een plezierige en evenwichtige wijze gedaan. Daar is ook de bibliotheekdelegatie hem erkentelijk voor. Het enige punt dat de bibliotheken in zijn optreden heeft gestoken, is dat hij weinig begrip kon opbrengen voor de breed in de bibliotheken en bij de overheden levende, maatschappelijke opvatting, dat kinderen en jeugd zo min mogelijk financile drempels in de weg mogen worden gelegd bij het gebruik van de openbare bibliotheek. Het bovenstaande heeft vooral betrekking op de geschriften. Zwaarder nog rust het leenrecht op muziekdragers, zonder dat daarvoor een objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat. Voor wat betreft de cd-roms is het openbaar bibliotheekwerk zelfs in een procedure verwikkeld met rechthebbenden over de vraag of het product cd-rom berhaupt wel uitleenbaar is. Dat overigens ondanks volstrekt duidelijke uitspraken vanuit de Tweede Kamer tijdens de behandeling van de wettelijke regeling inzake het leenrecht. Graag neemt de Vereniging NBLC deze evaluatie te baat om aandacht van de rijksoverheid te vragen voor deze kwestie. Duidelijke uitspraken gevolgd door zo nodig aanpassing van de letterlijke tekst van de regeling, kan bibliotheken en rechthebbenden veel geld en tijd schelen. Structuur van de tariefvaststelling De overheid heeft niet zelf willen overgaan tot het in wet of regelgeving vastleggen van de hoogte van de billijke vergoeding, die de wet vraagt als tegenprestatie van de bibliotheken voor hun wettelijk vastgelegd recht materialen uit te lenen. Daartoe is de Stichting Onderhandelingen Leenrecht (StOL) in het leven geroepen. Rechthebbenden en bibliotheken benoemen evenveel bestuursleden in de Stichting. De Stichting heeft een door de regering aangewezen, onafhankelijke voorzitter, die in gevallen dat het bestuur niet tot een besluit kan komen, een bindende beslissing neemt. De rechthebbenden en de bibliotheken staat beroep open als zij zich niet met het eindoordeel van de voorzitter kunnen verenigen. Bibliotheken hebben publieksinformatie als belangrijkste taak, ongeacht het medium. De toegang tot alle media moet dan ook gewaarborgd zijn Daardoor zitten de bibliotheken in een dwangpositie. Zij kunnen nooit de positie innemen dat zij niet willen uitlenen. Destijds hebben de openbare bibliotheken wel de voorwaarde gesteld dat een neerwaartse bijstelling van de vergoeding mogelijk moet zijn, wanneer scherpe daling in de uitleenresultaten of de prijsontwikkelingen daartoe aanleiding geeft. Uit praktische overwegingen is er aanvankelijk voor gekozen een totaalbedrag overeen te komen en dat om te slaan over de openbare bibliotheken naar rato van het aantal inwoners van het werkgebied. Dat maakte facturering en inning mogelijk, voordat exacte leengegevens bekend waren. Daardoor ontstond ruimte voor een gedegen opzet van een enqute. Deze werkwijze is gevolgd voor het leenrecht geschriften over de jaren 1996 t/m 1999. Boven werd reeds vastgesteld dat de door de wetgever gekozen structuur voor de onderhandelingen welhaast onvermijdelijk leidt tot geleidelijke verhoging van de tarieven. Waar de gevolgen steeds per jaar werden gemeten, vielen geen spectaculaire veranderingen te constateren. Hierachter zijn de cijfers over de gehele periode weergegeven. Die spreken duidelijke taal. Zeker als daarbij gekeken wordt naar het onderscheid tussen de bibliotheken die wel en de bibliotheken die geen leengelden hebben doorberekend. In de onderhandelingen van het afgelopen jaar kwamen de partijen op een punt dat het in ieders belang was een gezamenlijke uitspraak te doen over de hoogte van de billijke vergoeding. Voor de bibliotheken ontstond daardoor een te hoog, maar wel duidelijk plafond in de verplichtingen: een eurodubbeltje per uitlening. Voor de rechthebbenden werd een niveau bereikt dat nog een behoorlijke opbrengst garandeert. Teruglopende uitleningen betekenen immers teruglopende inkomsten voor de rechthebbenden. Binnen het boekenvak is de betekenis van de openbare bibliotheek welhaast onomstreden. De openbare bibliotheek participeert in de Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse boek en bouwt samen met de Nederlandse Boekverkopersbond aan een grote, informatieve boekensite op het internet. Daarnaast is afgesproken dat de vergoeding per uitlening berekend wordt, zodat er een rechtstreekse relatie wordt gelegd met het aantal uitleningen. Besloten is om vanaf 2000 uit te gaan van het eurodubbeltje per uitlening, maar daar de komende jaren een aflopende korting op te geven. De delegaties hebben onder druk van de voorzitter ook vastgesteld dat het billijk was de vergoeding te corrigeren voor de jaarlijkse inflatie. Deze inflatiecorrectie komt boven op de jaarlijkse stijging. Daarom hebben partijen afgesproken de inflatiecorrectie eerst in 2003 in te laten gaan, mits de inflatie in de periode 2000-2002 beneden 1,5% blijft. Het meerdere wordt wel vergoed (derhalve indien en voor zover de inflatie meer bedraagt dan 1,5%). Voor het jaar 2000 is afgezien van een tariefaanpassing. De hoogte van de eventuele inflatiecorrectie van de prijsafspraken maakt onderdeel uit van de onderhandelingen voor 2001 en verder. Leenrecht niet-boekmaterialen. Het tarief voor multimedia bedraagt CD 0,50 Hittoeslag 1,50 Video en DVD 0,50 CD-rom en CD-i 1,00 Voor de huurvideo's wordt bij de aanschaf al een vergoeding betaald. De afwikkeling van de rechten dient dan ook plaats te vinden tussen de verkoper en rechthebbenden. De Vereniging NBLC hanteert inzake huur- en koopvideos dan ook het standpunt dat in feite sprake is van onverschuldigde betaling. Een simpele oplossing zou zijn de huurvideo's bij de opgave aan de Stichting Leenrecht buiten beschouwing te laten. Daarmee wil de Stichting Leenrecht evenwel niet instemmen. Hoewel verzameling van de gegevens door een accountant plaatsvindt is een dergelijke behandeling te fraudegevoelig. De Vereniging NBLC en de Stichting Leenrecht beraden zich nog over een oplossing. In het kader daarvan heeft de Vereniging NBLC titelspecifieke informatie opgespoord en overhandigd aan de Stichting Leenrecht. De Stichting Leenrecht maakt een voorstel ter zake dat met de Vereniging NBLC besproken zal worden. Deze kwestie speelt al vanaf 1996 en wekt veel irritatie. Bovendien zal deze discussie zicht voortzetten, omdat ook de DVDs huur- en koopversies kennen. Vergelijking met het buitenland Een regeling zoals in Nederland komt in de EG verder niet voor. In de meeste ons omringende landen neemt de overheid het leenrecht voor zijn rekening. Bovendien is het opvallend dat de Nederlandse uitleningen van buitenlandse auteurs wel tot betaling van leenrecht en tot repartitie aan de buitenlandse auteur leiden, maar dat dit wederkerig niet het geval is: de Nederlandse auteurs ontvangen volgens onze waarneming geen repartities uit het buitenland. In bijlage 3 is een overzicht van de leenrechtsituatie in andere Europese landen opgenomen. Invloed van de regeling op de uitleencijfers Al vanaf het invoeren van de wet bestond er verschil van mening over de hoogte van de Billijke Vergoeding en over de termijn waarop deze verschuldigd is Dat heeft eind 1996 geleid tot een akkoord tussen bibliotheken en rechthebbenden. Bij het afsluiten van dat akkoord is afgesproken dat per jaar gekeken zou worden wat de effecten waren van het leenrecht: de stoplichten. Als het gemiddeld aantal uitleningen in een opvolgend jaar te sterk zou dalen zouden er bepaalde stappen gezet worden. De gemiddelde cijfers over de afgelopen periode leren dat er voor wat betreft geschriften over het geheel genomen geen grote, plotseling optredende schommelingen zijn opgetreden. Wat betreft de geluidsdragers is sprake van een aanzienlijke daling van het aantal uitleningen. Deze bedroegen in 2000 nog 79 procent van het aantal uitleningen uit 1996. Het hitsegment van deze uitleningen blijft met 11 procent betrekkelijk gering, al doet zich hier wel enige stijging voor. De verschillen tussen bibliotheken die de vergoeding integraal hebben doorberekend en de bibliotheken die dat niet hebben gedaan zijn wel evident, maar werden verevend door de afspraak uit te gaan van de gemiddelde uitleencijfers. In het jaar 2000 blijkt evenwel de geconstateerde daling zich te verscherpen. Dat betekent dat in de optiek van de openbare bibliotheken nader onderzoek naar de oorzaak van de daling zal moeten plaatsvinden. Dat onderzoek dient zich dan uit te strekken over twee gebieden, te weten: splitsing van de gegevens over bibliotheken die het leenrecht (zichtbaar) doorberekenen en de bibliotheken die het voor eigen rekening nemen; binnen de eerste groep dient dan onderzoek te worden gedaan naar de oorzaak van de daling. Dit punt zal in de komende StOL-onderhandelingen worden ingebracht. Volgens opgave van Deloitte & Touche daalde het aantal volwassen leden in de periode 1996-2000 met 12%, het aantal jeugdleden daalde in die periode met 8%. In de uitleningen was de daling groter: Uitleningen boeken volwassenen daalden met 22%, uitleningen boeken jeugd daalden met 18%. (zie bijlage) De Openbare Bibliotheken in Zeeland hebben de wijziging in het aantal uitleningen afzonderlijk genventariseerd. Belangrijkste conclusie daaruit te trekken, is dat het aantal uitleningen de afgelopen jaren stek is gedaald, in bibliotheken waar het leenrecht afzonderlijk wordt doorberekend sterker dan in de overige bibliotheken. Praktijk en structuur van de incasso Jaarlijks doet een bureau (Deloitte & Touche) gespecificeerd navraag bij de openbare bibliotheken naar bezit, gebruikers, uitleningen, hits. Aan de hand van de teruggezonden formulieren factureert de Stichting Leenrecht tegen het tarief dat in de StOL is overeengekomen. Voor hits (audio-cd en video) is de werkwijze identiek, doch daarvoor wordt een hogere vergoeding in rekening gebracht. Partijen werken nagenoeg zonder uitzondering mee aan het naleven van de afspraken in de StOL, ook al ervaren de openbare bibliotheken de vergoedingen als hoog. Het opstellen van de facturen levert nogal eens problemen op, waardoor bibliotheken onjuist worden aangeslagen. De correcties die dan volgden waren in een aantal gevallen ook onjuist. Een en ander maakt dat de incasso overbodige irritatie opwekt. Praktijk en structuur van de repartitie De stichting Leenrecht is traag met het vaststellen van de jaarverslagen. De openbare bibliotheken ervaren dat als onprettig. Vooral doordat het totstandkomen van regelingen met rechthebbenden geruime tijd heeft gevergd, bestaat bij openbare bibliotheken de indruk dat ze te vroeg zijn begonnen met betalen van een bovendien te hoog bedrag. Wettelijke definities/ cd-rom-procedure Groot verschil van mening bestaat tussen bibliotheken en rechthebbenden over het auteursrechtelijk regime ten aanzien van cd-roms. Computerprogrammatuur is als zodanig uitdrukkelijk uitgezonderd van de algemene werking van de bibliotheekexceptie, maar voor computerprogrammatuur op cd-roms waarop ook andere informatie staat, geldt dat deze onder voorwaarden weer wel onder de bibliotheekexceptie valt. Anders dan de rechthebbenden stellen de bibliotheken zich op het standpunt dat de bibliotheekexceptie naar de bedoeling van de wetgever betrekking heeft op alle cd-roms, zolang deze niet uitsluitend besturingssoftware, tekstverwerkingsprogrammas en dergelijke bevatten. Het gaat bij de cd-roms immers veelal om de content die daarop ter beschikking wordt gesteld. In veel gevallen educatieve content, in andere gevallen meer van verstrooiende aard. Dat is niet anders bij de overige media die te vinden zijn in de collecties. De rechthebbenden zijn daarentegen van mening dat het enkele feit dat de cd-roms besturingsoftware bevatten om de kennisneming van de inhoud mogelijk te maken deze buiten bereik van de exceptie brengen. Dat betekent dat de bibliotheken met alle rechthebbenden zouden moeten onderhandelen over toestemming voor uitlening door de bibliotheek en over de prijs. Daarmee komt de bibliotheek in een onmogelijke situatie. De rechthebbenden kunnen zich rechtstreeks mengen in het collectie- en uitleenbeleid van de bibliotheek. Het is immers anders dan ten aanzien van geschriften mogelijk dat een rechthebbende verbiedt dat zijn product berhaupt door de bibliotheek wordt uitgeleend. Mag zoals boven is aangetoond de bescherming van de openbare bibliotheek tegen prijsverhogingen door het gekozen stelsel al niet altijd even sterk zijn, de positie van de bibliotheek in een vrije onderhandeling met een afzonderlijke leverancier is nog zwakker. Door de bibliotheken is per uitlening van een cd-rom het voor een muziekcd overeengekomen bedrag betaald. Deze gelden zijn door Cedar gend, maar niet uitgekeerd aangezien de rechthebbenden de rechtmatigheid van de uitlening betwisten. In Stol verband is de zaak een en ander maal aan de orde gesteld. Zolang echter over de toepasbaarheid van het leenrecht geen overeenstemming kon worden bereikt, leidden deze besprekingen tot niets. Partijen hebben vervolgens besloten de vraag aan de rechtbank Amsterdam voor te leggen. Begin 2002 is in die zaak een vonnis te verwachten. Waar bij de behandeling van de wettelijke bepalingen met betrekking tot het leenrecht door sprekers die een meerderheid in de Tweede Kamer vertegenwoordigden is gezegd dat het niet de bedoeling kon zijn cd-roms ed. aan het regime van het leenrecht te onttrekken, ligt het voor de hand om bij deze evaluatie ook te bezien of op de hier gestelde vraag geen antwoord van de regering en waar nodig de wetgever zou moeten volgen. Daarmee worden partijen hoge kosten en mogelijk veel tijd bespaard. Overigens is het passend in dit verband te vragen om aandacht van de regering voor de positie van de bibliotheken bij het verwerven en voor het publiek beschikbaar stellen van digitale content. De jongste Europese richtlijn ter zake bevat een aantal bepalingen die, mits van toepassing verklaard, op dit punt van groot belang kunnen blijken. Informatie bij de Infolijn: tel. 070 - 30 90 500 e-mail Bijlage 1 Intentieverklaring billijke vergoeding geschriften De volgende intentieverklaring is overeengekomen tussen de partijen deelnemend in de Stichting Onderhandelingen Leenvergoeding (hierna StOL), zijnde: de voorzitter de heer E.L. Berg, de Vereniging NBLC en de Stichting Leenrecht. Partijen erkennen dat de bibliotheken een belangrijke cultuurpolitieke taak vervullen bij de verspreiding van informatie aan gebruikers. Partijen stellen vast dat rechthebbenden op de werken die door openbare bibliotheken worden uitgeleend vanaf 1 januari 1996 aanspraak maken op een billijke vergoeding voor het uitlenen van hun werk. Dit in aansluiting op een eerdere vergoedingsregeling en ingevolge de wetswijziging gedateerd 28 december 1995. Partijen zullen het niveau van de billijke vergoeding gefaseerd trachten te bereiken, over een periode van maximaal zes jaren te rekenen vanaf 1 januari 1997, en rekening houdend met het in deze intentieverklaring gestelde. Over de eerste fase, die niet langer dan drie jaren zou moeten duren, zal 'een eerste stap' worden gezet die, met inachtneming van hetgeen in artikel 8 staat, uiteindelijk zou moeten leiden tot het niveau van een billijke vergoeding. Partijen komen overeen de introductie van de leenrechtregeling zodanig te begeleiden dat een negatieve attitude bij bibliotheken, consumenten, overheden en rechthebbenden zoveel mogelijk wordt voorkomen. Voor het einde van de periode van drie jaren zal de StOL een evaluatie uitvoeren die informatie moet opleveren op basis waarvan de StOL in staat is tijdig beslissingen te nemen met betrekking tot de volgende fase n de eerste periode van 3 jaren. Partijen komen overeen dat ten behoeve van de in punt 6 genoemde evaluatie een onafhankelijke derde metingen zal verrichten. De kosten daarvan worden gelijkelijk gedeeld door NBLC en Stichting Leenrecht. Het onafhankelijke bureau maakt een inventarisatie van het totaal aantal ingeschreven leden, verdeeld naar volwassenen- en jeugdleden, dat bij de openbare bibliotheken is ingeschreven. Voorts vindt een registratie plaats van het totaal aantal uitleningen dat door openbare bibliotheken is verricht, verdeeld naar uitleningen van volwassenen- en jeugdboeken. Deze registratie van gegevens zal voor de eerste keer plaatsvinden in het begin van 1997 (nulmeting), waarbij de gegevens over het jaar 1996 worden vastgesteld. Tevens wordt een overzicht gemaakt van de in 1996 en 1997 geldende contributies en eventuele andere vergoedingen verbonden aan de uitleningen van werken door openbare bibliotheken. Mutatis mutandis worden soortgelijke metingen verricht aan het begin van 1998 en van 1999. Voor dit kwantitatieve onderzoek wordt met de onderzoeker overlegd over een 'modelformulier' waarop alle te verzamelen gegevens kunnen worden vastgelegd. De metingen zullen zijn voorzien van een verklaring van een externe registeraccountant. Het onafhankelijk bureau zal rapporteren aan de partijen deelnemend in de StOL. Met betrekking tot de bespreking van de resultaten komen partijen het volgende overeen: Indien geen daling of een daling tot en met 5% van het aantal ingeschreven leden en/of 10% van het aantal uitleningen is geregistreerd, zal een stijging van de vergoeding naar het niveau van de overeen te komen billijke vergoeding plaatsvinden (de 'tweede stap')[het groene licht]. Als een afname van meer dan 5% maar minder dan 10% van het aantal ingeschreven leden en/of meer dan 10% maar minder dan 20% van het aantal uitleningen is geconstateerd, zal door een onafhankelijke derde kwalitatief onderzoek worden verricht. Dit kwalitatieve onderzoek zal nadere informatie moeten verschaffen over de redenen waarom die afname tot stand is gekomen en met name ook inzicht moeten bieden in de mate waarin de extra last van de leenvergoeding heeft doorgewerkt in het bepalen van de tarieven [het oranje licht]. Als uit het onderzoek blijkt dat de teruggang niet is toe te schrijven aan de introductie van het leenrechtsysteem, zal ook hier een 'tweede stap' in de richting van het uiteindelijke niveau van de billijke vergoeding worden genomen. De vergoeding zal derhalve stijgen. Als de daling van meer dan 5% maar minder dan 10% van het aantal ingeschreven leden en/of meer dan 10% maar minder dan 20% van het aantal uitleningen wel (voor een deel) is toe te schrijven aan de introductie van het leenrechtsysteem, zullen partijen zich in het kader van de StOL beraden over de dan ontstane situatie. Dit zal uiteindelijk kunnen leiden tot het tijdelijk bevriezen van het dan geldende vergoedingenniveau of tot een geringere stijging van het tarief dan oorspronkelijk was voorzien. Als een daling wordt geconstateerd van meer dan 10% van het aantal ingeschreven leden en/of meer dan 20% van het aantal uitleningen, zullen partijen in het kader van de StOL direct overleg voeren over de dan ontstane situatie. In ieder geval zal ook dan kwalitatief onderzoek worden gehouden, overeenkomstig het gestelde in 8b. Als uit het onderzoek blijkt dat die teruggang (voor een belangrijk deel) is toe te schrijven aan de introductie van het leenrechtsysteem, zal worden besloten dat voorlopig wordt afgezien van een stijging van de vergoeding. In het kader van de StOL zullen maatregelen worden besproken die de negatieve invloed van de introductie van het leenrecht zoals geconstateerd dienen te beperken [het rode licht]. Op basis van de overeenstemming die middels deze intentieverklaring is bereikt, zal een besluit worden genomen over de hoogte van de vergoeding voor de uitleen van geschriften die zal gelden voor de interim-periode van maximaal drie jaren, rekenende vanaf 1 januari 1997. In dit bedrag is de uitleen van partituren ten behoeve van grote koren en orkesten niet inbegrepen. Ter zake van de regeling met betrekking tot de uitleen door openbare bibliotheken van andere dragers dan genoemd in punt 9 zullen separate afspraken worden gemaakt. 11 december 1996. Bijlage 2 Cijfers Leenrecht 1996-2000 Totalen opgave aantal leden en uitgeleende werkenjaarVOLW _LEDENJEUGD LEDEN BOEKEN VOLWBOEKEN JEUGD19962.335.4242.075.50793.939.40564.500.23819972.329.5572.162.59192.747.83466.698.21919982.307.8442.134.67489.231.25165.806.46619992.299.6842.137.45383.715.04262.983.33220002.046.9121.899.18372.808.54753.095.2671996100%100%100%100%1997100%104%99%103%199899%103%95%102%199999%103%89%98%200088%92%78%82% Totalen opgave aantal leden en uitgeleende werkenjaarTIJD- SCHRIFTENAUDIO NIET HITVIDEO NIET HITAUDIO HITSVIDEO HITSBLAD MUZIEKCD_ICD_ROM19964.964.1443.853.7891.410.454174.37327.870695.78733.432296.50819975.346.4543.066.8421.487.801174.37327.870750.76513.305637.56019985.338.9112.938.7181.400.859295.91052.338689.13411.4701.079.95819995.410.8823.590.1001.281.863388.56253.380587.9085.1151.336.40720004.612.5743.024.7601.164.098380.63866.499529.7193.3801.297.3041996100%100%100%100%100%100%100%100%1997108%80%106%100%100%108%40%215%1998108%76%99%170%188%99%34%364%1999109%93%91%223%192%85%15%451%200093%79%83%218%239%76%10%438% Bijlage 3 Overzicht leenrecht in verschillende landen Algemeen Het eerste leenrecht programma ontstond in Denemarken in 1946. Andere Scandinavische landen volgden en vanaf de jaren 70 andere Europese en 'westerse' landen. In Midden- en Oost-Europa was de kunst en dus ook de letteren van het volk. Leenrecht werd niet betaald maar schrijvers kregen, als ze bij het regime in de gunst waren, een stipendium. Deze landen onderzoeken op het moment auteursrecht- en leenrechtregelingen, daartoe verplicht in verband met hun aansluiting bij de Europese Unie. Er lijkt nog een lange weg te gaan: de meeste landen hebben weinig concrete plannen, meting van uitleningen is, gezien het lage percentage bibliotheken met geautomatiseerde uitleensystemen, praktisch onmogelijk en op een enkel land na vindt men dat uitlenen van boeken kosteloos moet blijven. Ontwikkelingslanden kennen, voor zover bekend, geen leenrechtregeling. Er is een theorie, onder woorden gebracht door de Franse auteur van een rapport over leenrecht, die zegt dat de demarcatielijn tussen wel of niet leenrecht te trekken valt tussen katholieke en protestantse landen. Een misschien juiste, maar niettemin West-Europees georinteerde visie. Er is nu in feite alleen nog een leenrechtregeling in Westeuropa, Isral en het Britse Gemenebest, waarbij Nederland het enige land is waar de bibliotheken het te vergoeden bedrag moeten opbrengen. Er zijn twee vrijwel algemeen voorkomende elementen: 1: erkenning van het recht op leenvergoeding aan auteurs/illustratoren en 2: benutten van de opbrengsten voor culturele doelen. Maar verder lopen de verschillende regelingen zeer uiteen. Zo is er in Noorwegen, Denemarken, Finland en Isral veel aandacht voor schrijvers van fictie en met name literatuur. In Denemarken werden de regels zelfs aangepast om te zorgen dat deze categorie erop vooruitging. Cultuurpolitieke redenen bepalen hier de keuze. In Oostenrijk, Duitsland en Zweden wordt het leenrecht gezien als een verzekering voor de oude dag en als een noodfonds voor schrijvers. Ook hier zijn de redenen cultuurpolitiek van aard. Duitsland, Oostenrijk en Nederland hebben het leenrecht geregeld via het auteursrecht, in Duitsland en Oostenrijk vooral om praktische redenen (sneller in te voeren dan op nieuwe wetgeving te wachten). Een probleem is in dit geval wie de vergoedingen betaalt. (Bij regelingen buiten de auteurswet is dat meestal in de wetgeving geregeld). Alleen in Nederland wordt de leenvergoeding al sinds 1993 in zijn geheel door de bibliotheken betaald. In deze landen, waar het auteursrecht wordt gebruikt om leenrecht te regelen, is het voor buitenlandse auteurs ook mogelijk een leenrechtvergoeding te ontvangen, mits ze zijn geregistreerd bij de betreffende instanties. Juist om die reden mijden met name landen waar veel vertaald werk beschikbaar is een regeling via de aueurswetgeving. Immers, als de meest uitgeleende schrijvers buitenlanders zijn komt er van de nationale culturele invalshoek weinig terecht. Regeling binnen de Auteurswet maakt het benutten van de opbrengsten voor cultuurpolitieke doelen sowieso onmogelijk. De regelingen in het Britse Gemenebest . zijn onderling hetzelfde in die zin dat ze alleen voor boeken leenvergoeding betalen en dat de fondsen door de overheid worden gevormd. In Australi en het Verenigd Koninkrijk zijn wetgeving en uitvoering ondergebracht bij het ministerie van Cultuur. In Nieuw Zeeland en Canada zijn de programma's ondergebracht bij de kunstraden. In Nieuw-Zeeland geeft dat problemen omdat de schaarse middelen gedeeld moeten worden met andere prioriteiten van de Raad. Ter vergelijking: het fonds in het Verenigd Koninkrijk bevat 5 miljoen pond, in 2002 verhoogd naar 7 miljoen, en in Nederland bedraagt de voor 2001 beoogde totale opbrengst 32 miljoen gulden. De koers van het pond is ongeveer f 3, 60. Het Verenigd Koninkrijk heeft 59 miljoen inwoners, Nederland 16 miljoen. M.a.w. in Nederland wordt per inwoner f 2,00 vergoed, in Groot-Brittanni, na een verhoging tot 7 miljoen pond, slechts f 0,42. Gegevens per land. Australi: aparte (dus niet via auteursrecht) wetgeving sinds 1985. Leenvergoeding wordt uitgekeerd aan alle auteursrechthebbenden en de uitgevers, maar alleen Australirs of mensen die blijvend in Australi wonen. Schrijvers/illustratoren e.a. ontvangen per geregistreerde titel 1,25 austr. dollar (koers 1,39), uitgevers 031,25 dollar. Bedragen onder 50 dollar worden niet uitgekeerd. Bedrag per inwoner per jaar: 0,40, door de overheid betaald. Canada: Het Canadese programma bestaat al 15 jaar, tot tevredenheid van de meeste auteurs. De leenvergoeding wordt door de overheid betaald. Het totaalbedrag was in 2000 ruim 8 miljoen dollar. Bedrag per inwoner per jaar: 0,50. Denemarken: ook hier aparte wetgeving die weliswaar spreekt van leenvergoeding, maar niettemin benadrukt dat het systeem onderdeel is van de maatregelen van de staat ter ondersteuning van de Deense taal en literatuur. Alleen schrijvers van Deense publicaties komen in aanmerking, evenals illustratoren, fotografen en componisten waarvan het werk in de Deense Nationale Bibliografie is opgenomen. Vertalers en bewerkers ontvangen een derde van het bedrag dat de auteur ontvangt en na de dood van een rechthebbende ontvangt de partner van de overlevende de helft van de vergoeding gedurende de rest van zijn/haar leven. In 1997 was in totaal beschikbaar 140 miljoen Deense kronen. Het hoogste uitgekeerde bedrag aan 1 persoon was 1.193.400 DKK. Bedrag per inwoner per jaar: 9,--, door de overheid betaald. Duitsland: In 1998 werd 21 miljoen DM vergoed. Het bedrag wordt verminderd met 2 miljoen belasting, waarna 50 % naar een pensioenfonds voor schrijvers gaat. Voor auteurs en uitgevers bleef 9,5 miljoen over. Onduidelijk is of bibliotheken/gebruikers het bedrag opbrengen of de overheid. (Koers: 1,12) Bedrag per inwoner per jaar: 0,25 Frankrijk: De Franse Minister benadrukte in haar voorstel voor het PLR-systeem dat ze de last van de leenvergoeding niet wilde leggen bij de bibliotheekgebruikers, omdat het hen zou kunnen weerhouden van bibliotheekbezoek. De middelen worden gevonden in enerzijds besparingen door veranderingen in de prijsopbouw van nieuwe boeken (bibliotheken kregen een vaste korting) de overheid compenseert het daardoor geleden verlies, en anderzijds door de lokale overheid, waarbij een relatie wordt gelegd met het aantal gebruikers. Het totaalbedrag is 146 miljoen francs, waarvan 50% gelijkelijk verdeeld wordt onder auteurs en uitgevers en 50% gebruikt wordt om een pensioenfonds voor schrijvers te stichten. Bedrag per inwoner per jaar: 0,81. Nieuw Zeeland: een fonds van de overheid compenseert schrijvers uit Nieuw Zeeland voor het uitlenen van boeken waarvan meer dan 50 exemplaren in de bibliotheken aanwezig zijn. Er zijn 3 miljoen inwoners; het is mogelijk dat 50 ex. een redelijk hoge drempel is. Gegevens daarover en over de bedragen zijn niet beschikbaar. Verenigd Koninkrijk: ook hier een overheidsfonds. In2002 stijgt het budget van 5,1 naar 7 miljoen pond en naar 7,2 miljoen pond in 2003. Bedrag per inwoner per jaar: 0,42. ( Een aardig citaat uit de Britse documentatie: To know that so many people borrow my books boosts my confidence hugely and helps me to keep writing. Mevrouw is voorzitter van het PLR-adviescomit en ze is niet de enige schrijver die dit zegt.) IJsland: het Schrijvers Bibliotheekfonds ontvangt van de overheid jaarlijks een bedrag t.b.v. leenvergoedingen. Het totaalbedrag is niet gegeven. De vergoeding per uitlening was in 1998 ongeveer 0,90. Zweden: het Zweedse auteursrecht gaat ervan uit dat boeken, eenmaal door de bibliotheek gekocht, mogen worden uitgeleend zonder recht op compensatie. Niettemin voerden schrijvers actie, totdat in 1954 de Staat de leenvergoeding op zich nam. Het systeem is gebaseerd op een vast bedrag per uitlening. Leenrecht wordt ook berekend voor het gebruik van naslagwerken (er is niet aangegeven hoe men dat meet. Uit het fonds worden verder subsidies e.d. uitgekeerd. In 2001 is het bedrag per uitleen omgerekend ruim een kwartje. het totale bedrag voor 2001 is 112,4 Zweedse kronen. Bedrag per inwoner per jaar: 3,25. PAGE 7 PAGE 1  EMBED Excel.Sheet.8   EMBED Excel.Sheet.8  )3 E&&''&+F+k-- 7 7S:{:;;%I/IV-V+X;X ^^I`J`Y`u`v`z``>b@bVbbMeQe[e]eeeellmmnAoqqs*u.u@uBuKu wwww{%{s|}|XhĿߵ56CJ CJ5CJ jUB*OJQJhph5B*OJQJhph5CJ5CJ CJ5CJ56mH sH  6OJQJ CJ OJQJF)3ghi* y 3  E  "#z&~҅z&{&&&&&''%+&+F+ -j-k--/`1H244.5W5555 7 7 727 j C27Z9R:S:{:;;;=?PCQCEEGGHHHHH I#I$I/I0I1IdI 7 $ 7a$dIeIJJJ LLMNOU0V>XLYA[^_6`7`J` 7V^`V 7^` r7@&^7 & F r@& & F rV@&^`V & F 7@& r7J`K`L`W`X`Y`v`w`x````````` $$Ifa$G$$If0)6(#4 a $$Ifa$$If p# $ p#a$````` aa^UUUUU $$Ifa$$$Ifr i )(_7S6 2(#4 aaaa%a/a:aEaFaKaUa_ajauavavvvvvvvvvv $$Ifa$$$Ifr i )(_7S6(#4 a va{aaaaaaaaaaaaavv$$Ifr i )(_7S6(#4 a $$Ifa$ aaaaaaaaaaaaabvhvd$$Ifr i )(_7S6(#4 a $$Ifa$ bb bbbbbb!b&b'b,b0b5bv`v\$$Ifr i )(_7S6(#4 a $$Ifa$ 5b9b=b>bEbIbMbQbUbVbWbXbbv`vppp$If$$Ifr i )(_7S6(#4 a $$Ifa$ bbbbbbbbbb $$Ifa$ bbb" $$Ifa$$$If )3 $h).26Q:6o((((4 abbbbbbbbbbbccc!c(c0c7c?c( $$Ifa$Ff $$Ifa$?c@cEcOcYc3(*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 aYccckcrczccc $$Ifa$ccccc30*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 accccccc $$Ifa$ccccc3,*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 accdddd d $$Ifa$ d!d&d0d:d3,*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 a:dDdLdSd[dadkd $$Ifa$kdldmdndod3(*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 aodpdqdrdsdtdud $$Ifa$udvd{ddd3*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 addddddd $$Ifa$ddddd3*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 addddddd $$Ifa$ddddd3*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 addddddd $$Ifa$dddee3*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 ae eeeee#e $$Ifa$#e$e)e-e1e3*** $$Ifa$$$If y I!5&(o$$$$4 a1e5e:e?eCeGeLe $$Ifa$LeMeNeOePe3111$$If y I!5&(o$$$$4 aPe[e\e]eeeee4fhhjjklmq*u+u,u-u.uAuBuv w www & F$a$ww]zz{{{M|r|s|~2WX(MNCDE܄Puvw~DN~̅ͅ΅υӅ jUjI? UV j UjI? UV jU0JmHnHu0J j0JU56!wxyz{|}~Ѕх҅Ӆ&`#$. A!"#$%$$If y I!5&(o Z$$$$4 aDdk ] 0  # A2<d:Ÿ`A?qkk#$!7xƆB>_8N>4GC6l6y ؁\\ ?bوeG~ mapla9yHwZ=]q+;g"rǿ?D>TxR}2J~vQjuB=@)TG+WkPz{Rc 5ywCa 嵬b?8gureXn]_;@,"ʵE4"#K<`PmFnL猗'B?Exo"nuw>PgKjI1l)YU˪ZVѲr7b5jϭUqϷ$?TAQ13e"* H- >`0G|{14 6rsk7)8IaQ_U* یNpLapST8i_F6xܻV?ҧݶ8Sad5A Wq)y80jlM*l_E|La\x #6a>FjI4+9 ~;UAJL*ֵl]ִlM˪ZVղUeEnIU7e+ZeY96 ,Df &SrmGQ85W{V/~V. ^.]jZUa $:ϰetHQoQ{/Y|]PF~#'0Aߜ*KrpD=A:W^QAZh<5h`VN>i֜rj9[)o)؇̾ O-H70;_)~x`w1?qCfyHx'sMU|"훶n8G.Dd\ ] 0  # A2vJX޳8Gut v`!lvJX޳8Gu0#!:xYk[UޛZ q$kn_k*vlc*J3R-Ku:6/}j߆pqA!Q/M܄|9srsoz,{|=n,H$><$ry8sQzۖM5#'$0wY^dǵ=݆|!q|hGCfj[ >~ [p74|x2ɂ}8-R!˂ Q'Y/G=h[-;?-Ϗ{U f.|Pa{ȘӶV'`(w"\bޥ23 )s0'(Ԇ(pV)Ԇ(}ӈ÷um["Ԇ(Ux)Ԇ(+鿨S618Gɥ6DYխKpKm:ezLɥ6DY])%^FH?nV}jVqMu`m0cMƚ3VcXcEƊ+0g,cFl9M2X]d\ϻt2.=}^~0E<܏SK+ruJ\--QΔJʫ*eVr)>6I8 z:mY>ֻNfivKS}>eQ|a>RdSƉ;D$N^܊bp_ܙ$H q=;#}`{/Lg7G$l~g39)V{$mfOFi78w-퀇=owMo{MJؗp#p>?܁yޏ;>mB5]DMK]4]КGTԏ;>aϷ&\Q.VG4~Fӝ؏5m{fܯouMi7ͻjppMv<~?'؏OזVckƫSMԯ$Oa4BsT+@  !"#$%&'()*+,-./0123456789:;<=>?@ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijklmnopqrtuvwxyz}Root Entry F`ύ Oe@ Data sWordDocumentObjectPoolT Oe`ύ Oe_1061800907  FT OeT OeOle CompObjdObjInfo !"#$%&')*+,-.0 FMicrosoft Excel-grafiekBiff8Excel.Sheet.89qOh+'0HPp Coen Schrijver (Open) Gerard van DijkMicrosoft Excel@K:@_@QC@P:Workbook LSummaryInformation( DocumentSummaryInformation8_1061800923 F8e Oe8e Oe I@Ba=k=xx8X1;Arial1;Arial1;Arial1;Arial1;Arial1*; MS Sans Serif1;Arial1x;Univers1Z;Univers1Z;Univers1n;Univers1Z;Univers1Z;Univers1n;Univers1;Univers1;Univers1;Univers1n;Univers1Z;Univers1Z;Univers "fl"\ #,##0_-;"fl"\ #,##0\-% "fl"\ #,##0_-;[Red]"fl"\ #,##0\-&!"fl"\ #,##0.00_-;"fl"\ #,##0.00\-+&"fl"\ #,##0.00_-;[Red]"fl"\ #,##0.00\->*9_-"fl"\ * #,##0_-;_-"fl"\ * #,##0\-;_-"fl"\ * "-"_-;_-@_-,)'_-* #,##0_-;_-* #,##0\-;_-* "-"_-;_-@_-F,A_-"fl"\ * #,##0.00_-;_-"fl"\ * #,##0.00\-;_-"fl"\ * "-"??_-;_-@_-4+/_-* #,##0.00_-;_-* #,##0.00\-;_-* "-"??_-;_-@_-7" "\ #,##0_-;" "\ #,##0\-A" "\ #,##0_-;[Red]" "\ #,##0\-C" "\ #,##0.00_-;" "\ #,##0.00\-M$" "\ #,##0.00_-;[Red]" "\ #,##0.00\-q6_-" "\ * #,##0_-;_-" "\ * #,##0\-;_-" "\ * "-"_-;_-@_->_-" "\ * #,##0.00_-;_-" "\ * #,##0.00\-;_-" "\ * "-"??_-;_-@_-"fl"#,##0_);\("fl"#,##0\)#"fl"#,##0_);[Red]\("fl"#,##0\)$"fl"#,##0.00_);\("fl"#,##0.00\))$"fl"#,##0.00_);[Red]\("fl"#,##0.00\):5_("fl"* #,##0_);_("fl"* \(#,##0\);_("fl"* "-"_);_(@_).)_(* #,##0_);_(* \(#,##0\);_(* "-"_);_(@_)B=_("fl"* #,##0.00_);_("fl"* \(#,##0.00\);_("fl"* "-"??_);_(@_)61_(* #,##0.00_);_(* \(#,##0.00\);_(* "-"??_);_(@_)?:_("$"* #,##0.00_);_("$"* \(#,##0.00\);_("$"* "-"??_);_(@_)72_("$"* #,##0_);_("$"* \(#,##0\);_("$"* "-"_);_(@_) dd\-mmm\-yy                             A*x ( 1 1A*| 1     Currency_Sheet1 Normal_Sheet1 Normal_Sheet2Grafiek1 #site* );;jb(3  @@  bCD_ICD_ROMOVERIGE NAAM_DIRECDATUM VOLW _LEDEN BOEKEN JEUGDTIJD- SCHRIFTEN AUDIO TOT BLAD MUZIEKUITLENINGEN TOT AUDIO HITSAUDIO NIET HITVIDEO NIET HIT VIDEO HITS MUZIEK PART1Totalen opgave aantal leden en uitgeleende werkenverschilaudio berekendaudio verschil JEUGD LEDEN jaar BOEKEN VOLW r j fdruktitelssebT0x6{b{{0bNe F b MMN (Н0|^{0bb{Ap|^{$^{b{ApApL|^{b]|^{azp0 Fbb FebHb{ApoBS0b]00}e$^{9p` >` >3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1997Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1998Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1999Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  2000Q ;Q ;Q3_4E4D $% M 3O&Q4$% M 3O&Q4FA,:H  3O  3 b#M43*#M! M4523  O43" N 3ON % M3OQ4444% W FM03O&Q :Leden Openbare Bibliotheken'44e VOLW _LEDEN VOLW _LEDEN VOLW _LEDEN VOLW _LEDEN VOLW _LEDEN! JEUGD LEDEN ! JEUGD LEDEN ! JEUGD LEDEN ! JEUGD LEDEN ! JEUGD LEDEN e`AAAAAAAA;?As?A@AII@AN@A  I@  dMbP?_*+%c`&L&"Arial,Vet\&11Vereniging NBLC&C&"Arial,Vet\&11Leden en uitleningen Enquete tbv Leenrecht &R&D&M&d2?'M&d2?(~?)~?MCanon blanco papier׀ 4dXA4Canon.$ Canon GP300-405 PCL A44 @@Z A44 @@Z dCONFIDENTIALCONFIDENTIALHArial aXX\CNZ005.ICC\CNZ005.ICC\CNZ005.ICCDefault Settings" ZXX `? `?U} }  } m }  } m } m }  } I } } }  }  }  } } m} $ } T0b1b 8   @ :1Totalen opgave aantal leden en uitgeleende werken0 jaar VOLW _LEDEN JEUGD LEDEN  BOEKEN VOLW BOEKEN JEUGDTIJD- SCHRIFTENAUDIO NIET HITVIDEO NIET HIT AUDIO HITS  VIDEO HITS  AUDIO TOT  BLAD MUZIEK  CD_I CD_ROMOVERIGEUITLENINGEN TOT MUZIEK PART NAAM_DIRECDATUMverschilaudio berekendaudio verschil l0@`AAέ~6e:`RAv7ZV(IA7@TlTAw*S@A lzm(( <AAΒl4@V/~ZRFj/Z(IA7@ZV"-@t#Ayf()() A8@܌JJN>FaABK Jz])f!A@@C6o%Ag@ZAc7A|A|A `AACSl<@\u2 AJR=NHA@0D!A@^QO2AE&[G& @XA~l@@;?As[ zGA Gx;A0<@NAT h@3A@,A_!  (JAfn$2Z0@????????????? ~ 4@ Cl? y&1? /$? %C? Zd;? Fx? `Z@??   r? $C? Fx?~ j@ ~ 8@ V-? X9v? W@Y@Z@ "~j? -? x&? ?5^I ? x&1?~ X@ ʡE? A`" @  <@X@Y@ Pn? Zd;?~ @[@ m? J +? m@~ g@ X9v?~  U@ /$? I +@ ~ @@ x&1? V@`S@ tV? |?5^? S@T@ X9v@ J +@~ R@ '1Z? B`"۹?~ @ 2 2" r6x6(  v  <NMM?5-]`  I@"??3` > ` > ` > 3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1997Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1998Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1999Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  2000Q ;Q ;Q3_4E4D $% M 3O& Q4$% M 3O& Q4FA  x 3O D 3 b#M43*#M! M4523  O43" z L3Oz % M3OQ4444% :P- ,M03O& Q :Leden Openbare Bibliotheken'44eee xp  6NMM?5 -]`  I@"??3` > ` > ` >?3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1997Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1998Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1999Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  2000Q ;Q ;Q3_4E4D $% M 3O& Q4$% M 3O& Q4FAu 7 x 3O D 3 b#M43*#M! M4523  O43" w L3Ow % M3OQ4444% `P ,M03O&Q F!Uitleningen Openbare bibliotheken'44eee xp  6NMM?Z <]`l  I@MCanon blanco papier׀ 4dA4Canon.$ Canon GP300-405 PCL A44 @@Z A44 @@Z dCONFIDENTIALCONFIDENTIALHArial aXX\CNZ005.ICC\CNZ005.ICC\CNZ005.ICCDefault Settings" d??3` ! x` ! ` >` >3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  1997Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  1998Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  1999Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  2000Q ; Q ; Q3_4E4D $% M 3O&Q4$% M 3O&Q4FA 3OF  3 b#M&43*#M! M4523  O43" BtBl3OBt% M3OQ4444% PM03O&Q n5Uitleningen niet-boekmaterialen Openbare bibliotheken'44eee >@ ՜.+,D՜.+,< PXt | Deloitte & Toucheej site Grafiek1  Werkbladen Grafieken 6> _PID_GUIDAN{5F3436C1-A774-11D5-B7D2-00608CF58B2C}Ole CompObj dObjInfoWorkbookL FMicrosoft Excel-grafiekBiff8Excel.Sheet.89qOh+'0HPp Coen Schrijver (Open) Gerard van DijkMicrosoft Excel@K:@_@QC@P: I@Ba=k=xx 8X1>Arial1>Arial1>Arial1>Arial1>Arial1*> MS Sans Serif1>Arial1x>Univers1Z>Univers1Z>Univers1n>Univers1Z>Univers1Z>Univers1n>Univers1>Univers1>Univers1>Univers1n>Univers1Z>Univers1Z>Univers "fl"\ #,##0_-;"fl"\ #,##0\-% "fl"\ #,##0_-;[Red]"fl"\ #,##0\-&!"fl"\ #,##0.00_-;"fl"\ #,##0.00\-+&"fl"\ #,##0.00_-;[Red]"fl"\ #,##0.00\->*9_-"fl"\ * #,##0_-;_-"fl"\ * #,##0\-;_-"fl"\ * "-"_-;_-@_-,)'_-* #,##0_-;_-* #,##0\-;_-* "-"_-;_-@_-F,A_-"fl"\ * #,##0.00_-;_-"fl"\ * #,##0.00\-;_-"fl"\ * "-"??_-;_-@_-4+/_-* #,##0.00_-;_-* #,##0.00\-;_-* "-"??_-;_-@_-7" "\ #,##0_-;" "\ #,##0\-A" "\ #,##0_-;[Red]" "\ #,##0\-C" "\ #,##0.00_-;" "\ #,##0.00\-M$" "\ #,##0.00_-;[Red]" "\ #,##0.00\-q6_-" "\ * #,##0_-;_-" "\ * #,##0\-;_-" "\ * "-"_-;_-@_->_-" "\ * #,##0.00_-;_-" "\ * #,##0.00\-;_-" "\ * "-"??_-;_-@_-"fl"#,##0_);\("fl"#,##0\)#"fl"#,##0_);[Red]\("fl"#,##0\)$"fl"#,##0.00_);\("fl"#,##0.00\))$"fl"#,##0.00_);[Red]\("fl"#,##0.00\):5_("fl"* #,##0_);_("fl"* \(#,##0\);_("fl"* "-"_);_(@_).)_(* #,##0_);_(* \(#,##0\);_(* "-"_);_(@_)B=_("fl"* #,##0.00_);_("fl"* \(#,##0.00\);_("fl"* "-"??_);_(@_)61_(* #,##0.00_);_(* \(#,##0.00\);_(* "-"??_);_(@_)?:_("$"* #,##0.00_);_("$"* \(#,##0.00\);_("$"* "-"??_);_(@_)72_("$"* #,##0_);_("$"* \(#,##0\);_("$"* "-"_);_(@_) dd\-mmm\-yy                             A*x ( 1 1A*| 1     Currency_Sheet1 Normal_Sheet1 Normal_Sheet2Grafiek2 /site* );;jb(3  @@  bCD_ICD_ROMOVERIGE NAAM_DIRECDATUM VOLW _LEDEN BOEKEN JEUGDTIJD- SCHRIFTEN AUDIO TOT BLAD MUZIEKUITLENINGEN TOT AUDIO HITSAUDIO NIET HITVIDEO NIET HIT VIDEO HITS MUZIEK PART1Totalen opgave aantal leden en uitgeleende werkenverschilaudio berekendaudio verschil JEUGD LEDEN jaar BOEKEN VOLW r j fdruktitelsse@bT0x6{b{{0bNe F b! MMN (Н0t]{0bb{Apt]{]{b{ApApLt]{b]t]{azp0 Fbb FebHb{ApoBS0b]00}e]{p` >` >?3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1997Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1998Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1999Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  2000Q ;Q ;Q3_4E4D $% M 3O&Q4$% M 3O&Q4FA: 3O  3 b#M43*#M! M4523  O43" K 3OK % M3OQ4444% W FM03O&Q F!Uitleningen Openbare bibliotheken'44e BOEKEN VOLW BOEKEN VOLW BOEKEN VOLW BOEKEN VOLW BOEKEN VOLW! BOEKEN JEUGD! BOEKEN JEUGD! BOEKEN JEUGD! BOEKEN JEUGD! BOEKEN JEUGDe4eAAL>FAA[ApAX͏AaA eA[QAe>  I@  dMbP?_*+%c`&L&"Arial,Vet\&11Vereniging NBLC&C&"Arial,Vet\&11Leden en uitleningen Enquete tbv Leenrecht &R&D&M&d2?'M&d2?(~?)~?MCanon blanco papier׀ 4dXA4Canon.$ Canon GP300-405 PCL A44 @@Z A44 @@Z dCONFIDENTIALCONFIDENTIALHArial aXX\CNZ005.ICC\CNZ005.ICC\CNZ005.ICCDefault Settings" ZXX `? `?U} }  } m }  } m } m }  } I } } }  }  }  } } m} $ } T0b1b 8   @ :1Totalen opgave aantal leden en uitgeleende werken0 jaar VOLW _LEDEN JEUGD LEDEN  BOEKEN VOLW BOEKEN JEUGDTIJD- SCHRIFTENAUDIO NIET HITVIDEO NIET HIT AUDIO HITS  VIDEO HITS  AUDIO TOT  BLAD MUZIEK  CD_I CD_ROMOVERIGEUITLENINGEN TOT MUZIEK PART NAAM_DIRECDATUMverschilaudio berekendaudio verschil l0@`AAέ~6e:`RAv7ZV(IA7@TlTAw*S@A lzm(( <AAΒl4@V/~ZRFj/Z(IA7@ZV"-@t#Ayf()() A8@܌JJN>FaABK Jz])f!A@@C6o%Ag@ZAc7A|A|A `AACSl<@\u2 AJR=NHA@0D!A@^QO2AE&[G& @XA~l@@;?As[ zGA Gx;A0<@NAT h@3A@,A_!  (JAfn$2Z0@????????????? ~ 4@ Cl? y&1? /$? %C? Zd;? Fx? `Z@??   r? $C? Fx?~ j@ ~ 8@ V-? X9v? W@Y@Z@ "~j? -? x&? ?5^I ? x&1?~ X@ ʡE? A`" @  <@X@Y@ Pn? Zd;?~ @[@ m? J +? m@~ g@ X9v?~  U@ /$? I +@ ~ @@ x&1? V@`S@ tV? |?5^? S@T@ X9v@ J +@~ R@ '1Z? B`"۹?~ @ 2 2" r6x6(  v  <NMM?5-]`  I@"??3` > ` > ` > 3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1997Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1998Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1999Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  2000Q ;Q ;Q3_4E4D $% M 3O& Q4$% M 3O& Q4FA  x 3O D 3 b#M43*#M! M4523  O43" z L3Oz % M3OQ4444% :P- ,M03O& Q :Leden Openbare Bibliotheken'44eee xp  6NMM?5 -]`  I@"??3` > ` > ` >?3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1997Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1998Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  1999Q ;Q ;Q3_4E4 3Q1:  2000Q ;Q ;Q3_4E4D $% M 3O& Q4$% M 3O& Q4FAu 7 x 3O D 3 b#M43*#M! M4523  O43" w L3Ow % M3OQ4444% `P ,M03O&Q F!Uitleningen Openbare bibliotheken'44eee xp  6NMM?Z <]`l  I@MCanon blanco papier׀ 4dA4Canon.$ Canon GP300-405 PCL A44 @@Z A44 @@Z dCONFIDENTIALCONFIDENTIALHArial aXX\CNZ005.ICC\CNZ005.ICC\CNZ005.ICCDefault Settings" d??3` ! x` ! ` >` >3d23 M NM4 3Q1:  1996Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  1997Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  1998Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  1999Q ; Q ; Q3_4E4 3Q1:  2000Q ; Q ; Q3_4E4D $% M 3O&Q4$% M 3O&Q4FA 3OF  3 b#M&43*#M! M4523  O43" BtBl3OBt% M3OQ4444% PM03O&Q n5Uitleningen niet-boekmaterialen Openbare bibliotheken'44eee >@ SummaryInformation(DocumentSummaryInformation81TablefESummaryInformation( ՜.+,D՜.+,< PXt | Deloitte & Toucheej site Grafiek2  Werkbladen Grafieken 6> _PID_GUIDAN{5F3436C1-A774-11D5-B7D2-00608CF58B2C}Oh+'0  0< X d p |)Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht ordval F.droogh we.dr.drNormalh NBLC0340 we2LCMicrosoft Word 9.0e@@g͹|@QNe@QNe jDocumentSummaryInformation8(CompObj/j՜.+,0` hp  *stichting NBLC6  )Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht )Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht TitelTitle  FMicrosoft Word-document MSWo i>@> StandaardOJQJ_HmHsHtHF@F Kop 1$d<@&5CJKHOJQJD@D Kop 2$d<@&56CJOJQJ<@< Kop 4$@&^`5CJ ,@, Kop 5$@&5CJDA@D Standaardalinea-lettertype()@( Paginanummer6@6 Koptekstd p#8 @8 Voettekstd p#8Ӂ8;Ӂ  "& "& "& "& "& "& "& "& "& "& "& " 3D%ELUM\Qa-qӁ%     )3ghi*y 3   E  z"{"""""##%'&'F' )j)k))+`-H.00.1W1111 3 3 323Z5R6S6{67779;P?Q?AACCDDDDD E#E$E/E0E1EdEeEJFF HHIJKQ0R>TLUAWZ[6\7\J\K\L\W\X\Y\v\w\x\\\\\\\\\\\\\ ]]]]%]/]:]E]F]K]U]_]j]u]v]{]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]^^ ^^^^^^!^&^'^,^0^5^9^=^>^E^I^M^Q^U^V^W^X^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^___!_(_0_7_?_@_E_O_Y_c_k_r_z__________________```` `!`&`0`:`D`L`S`[`a`k`l`m`n`o`p`q`r`s`t`u`v`{```````````````````````````````aa aaaaa#a$a)a-a1a5a:a?aCaGaLaMaNaOaPa[a\a]aaaaa4bddffghim*q+q,q-q.qAqBqr s ssss]vvwwwMxrxsxz2{W{X{||(}M}N}C~D~E~܀Puvwxyz{|}~ԁH88        KK KK( 0R0R( 0R0R KKK [[[[[[[[[[[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[0[[[PaPaPaPaPaPaaaaaaa a a a a00 ӅDkz&27dIJ``avaab5bbbb?cYccccc d:dkdoduddddddde#e1eLePewwӅEGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ[\]^_`abcdefghijl҅F !!35;::/X2$d:^?^Ӂu 4'u 4 ""t'{'))<<<<DDDDD"ElPlPZZ\\^^zz~ρсԁF.droogh_\\VERENIGING\FILES\Droogh\LEDENVER\2001\011213.4a-4 Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht.docF.droogh_\\VERENIGING\FILES\Droogh\LEDENVER\2001\011213.4a-7 Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht.docF.droogh_\\VERENIGING\FILES\Droogh\LEDENVER\2001\011213.4a-8 Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht.docF.drooghZC:\windows\TEMP\AutoHerstel-versie van 011213.4a-8 Evaluatie wettelijke regeling LeenrechtF.droogh_\\VERENIGING\FILES\Droogh\LEDENVER\2001\011213.4a-8 Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht.docGerard van Dijk=\\VERENIGING\FILES\gdijk\BUREAUNO\DIRECTIE\EvalLeenrechtn.doc Groenland13C:\windows\TEMP\AutoHerstel-versie van $WPM1FE1.asd Groenland13C:\windows\TEMP\AutoHerstel-versie van $WPM1FE1.wbk Groenland1X\\VERENIGING\FILES\groenland\website teksten\Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht.docNBLC0340FC:\Documents and Settings\Hottenhuis\Bureaublad\EvaluatieLeenrecht.docg`y }axon'\hV'$IT*^`.^`.p^p`.@ ^@ `.^`.^`.^`.^`.h^`CJOJQJo( hh^h`.h^`56CJOJQJo(h^`.xh^x`..h^`56>*CJOJQJo( `^``) ^` Bijlage   ^ ` Bijlage . ^` Bijlage .. ^`Bijlage ... ^` hV'g`y xonXX\}a @h ^`OJQJo(>T @h ^`OJQJo(nQD1.w\x\\\\\\\\\\\\\ ]]]]%]/]:]E]F]K]U]_]j]u]v]{]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]]^^ ^^^^^^!^&^'^,^0^5^9^=^>^E^I^M^Q^U^V^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^___!_(_0_7_?_@_E_O_Y_c_k_r_z__________________```` `!`&`0`:`D`L`S`[`a`k`l`m`n`o`p`q`r`s`t`u`v`{```````````````````````````````aa aaaaa#a$a)a-a1a5a:a?aCaGaLaMa~ԁ@МӁ`@UnknownGz Times New Roman5Symbol3& z ArialC& UniversArialMUMC Frutiger LightM& V&W Syntax (Adobe)=& Scala Sans;Wingdings"1ViVir#\Fj 6 !0d *q-2(Evaluatie wettelijke regeling Leenrecht F.drooghNBLC0340rdDocWord.Document.89q